Archief

Posts Tagged ‘onbedwelmd slachten’

Tekst van een motie tegen het verbod op onbedwelmd ritueel slachten

5 juni 2011 3 reacties

Motie tegen het verbod op onbedwelmd ritueel slachten, voor leden van de afdelingen die samen de Federatie Amsterdam vormen. Op 16 juni is de algemene ledenvergadering. Het zou mooi zijn als we hem daar konden indienen, maar ik weet nog niet hoeveel handtekeningen ik nodig heb. Het is ook de bedoeling om de vertegenwoordigers van de afdelingen naar de partijraad aan te sporen om daar hun stem te laten horen. Alle kritische opmerkingen en aanvullingen zijn welkom.

De Federatie Amsterdam van GroenLinks, bijeen op 16 juni 2011,

-overwegende dat de Partij voor de Dieren een wetsvoorstel heeft ingediend om de Dierenwelzijnswet te wijzigen en de vrijstelling voor de Israëlitische en islamitische slachters op het gebod van verdoving van slachtdieren voorafgaand aan de slacht, uit de wet te schrappen,

-overwegende dat de Tweede Kamerfractie van GroenLinks in de eerste termijn van de behandeling van dit wetsvoorstel haar bereidheid heeft laten blijken om het wetsvoorstel te steunen,

-overwegende dat de Tweede Kamerfractie in deze handelt overeenkomstig met eerdere verkiezingsprogramma’s, zij het niet het verkiezingsprogramma van 2010,

-overwegende dat GroenLinks bij uitstek een partij is die dierenwelzijn en dierenrechten propageert en initiatieven op dit punt steunt,

-overwegende dat de GroenLinkse betrokkenheid bij het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren in een GroenLinkse traditie staat,

-overwegende dat de keuze in eerste termijn van de fractie werd ingegeven door overwegingen van dierenwelzijn, en niet door andersoortige politieke en ideologische overwegingen,

-tevens overwegende dat het onbedwelmd ritueel slachten van 1993 tot 2009 in de gehele Europese Unie was toegestaan aan joden en moslims,

-tevens overwegende dat het nog steeds is toegestaan, maar in Europees verband sinds 2009 is veranderd in een communautaire kwestie (waar de lidstaten afzonderlijk over kunnen beslissen),

-tevens overwegende dat een discussie over het GroenLinkse standpunt over het onbedwelmd ritueel slachten vanwege de Europese juridische situatie jarenlang geen dringend politiek belang diende,

-tevens overwegende dat in Nederland een meerderheid voor het GroenLinkse en PvdD-standpunt over dit onderwerp niet realistisch leek,

-overwegende dat de onbedwelmd rituele slacht slechts een uiterst miniem deel vertegenwoordigt van de gehele slacht, en dat de slacht slechts een miniem deel vertegenwoordigt van de gehele vleesproductieketen,

-overwegende dat een veel grotere winst op het gebied van dierenwelzijn op andere plekken en momenten in de vleesproductieketen kan worden behaald, maar dat hiervoor de politieke wil in Nederland onbreekt,

-tevens overwegende dat GroenLinks als vrijzinnige seculiere partij de burger-, grond- en mensenrechten van alle Nederlanders steunt, beschermt, verbreedt en propageert,

-overwegende dat een verbod op onbedwelmd ritueel slachten een ferme inbreuk betekent op de levenswijze van traditioneel levende joden en moslims in Nederland,

-overwegende dat een Nederlands verbod de situatie voor de onbedwelmd geslachte dieren niet wijzigt, aangezien zij in het vervolg in het buitenland zullen worden geslacht in een omgeving tot waar de controle van de Nederlandse instanties zich niet uitstrekt,
-overwegende dat een verbod op onbedwelmd ritueel slachten in de hele EU het voor traditioneel levende joden en traditioneel levende moslims de facto onmogelijk zal maken nog langer in de EU te verblijven,
-overwegende dat GroenLinks geen voorstander is van gedwongen vertrek van bevolkingsgroepen uit de EU op basis van dwingende overheidsbemoeienis met hun religieuze of levensbeschouwelijke tradities,

-voorts overwegende dat in de gegeven situatie mbt het wetsvoorstel er geen consultatie is geweest van de Tweede Kamerfractie en de Partij met direct betrokkenen over de gevolgen van een verbod,

-voorts overwegende dat direct betrokkenen, vertegenwoordigd door het Contactorgaan Moslims en Overheid en het Nederlands Israëlietisch Kerkgenootschap, kenbaar hebben gemaakt aan de fractie dat zij open stonden en nog steeds staan voor consultatie en overleg,

-voorts overwegende dat de fractie geen behoefte heeft gevoeld in de afgelopen maanden om in te gaan op uitnodigingen van de direct betrokkenen,

-voorts overwegende dat er geen consultatie is geweest met GroenLinkse partijleden die als betrokkenen direct getroffen worden door het wetsvoorstel,

-voorts overwegende dat er geen consultatie is geweest met GroenLinkse partijleden die als deskundigen hadden kunnen spreken over juridische, ethische en godsdienstige aspecten van een verbod,

-voorts overwegende dat de politieke situatie in Nederland de afgelopen jaren steeds grimmiger is geworden, met name in de verhoudingen tussen een deel van het Nederlandse politieke bestel en de islamitische gemeenschappen,

-voorts overwegende dat een verbod de anti-islamagenda van sommige politieke groeperingen in de kaart speelt,

-voorts overwegende dat het niet op de weg van GroenLinks ligt om de anti-islamagenda van andere politieke groeperingen uit te voeren, te steunen of te propageren,
-en hiernaast overwegend dat de huidige enthousiaste steun aan het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren de relaties van GroenLinks en haar vertegenwoordigers in alle politieke en bestuurlijke gremia met traditioneel levende joden en tradtioneel levende moslims onder druk zet, de huidige contacten met hun officiële vertegenwoordigers – voor zover aanwezig – zal laten verdampen, de relaties van de partij met moslims en joden in het buitenland ernstig ondermijnt, en pogingen van de partij om een opbouwende, positieve rol te spelen in vredesprocessen en post-conflictsituaties in het Midden-Oosten en Centraal-Azië diepgaand en langdurig gaat frustreren,*
-met klem vaststellend dat er geen tegenstelling zou moeten en hoeven bestaan tussen de partijleden die dierenrechten en dierenwelzijn willen bevorderen, en in dit specifieke geval een eind willen zien aan de onbedwelmde slacht, en partijleden die dierenrechten en dierenwelzijn willen bevorderen, maar in dit geval uiteindelijk een andere afweging maken,
-met klem vaststellend dat dierenwelzijn een van de steunpilaren is van het GroenLinkse gedachtengoed, en dat een keuze voor het voortbestaan van het onbedwelmde ritueel slachten niet betekent dat de dierenwelzijnskwestie van secundair belang is, of dat voor de partij zou moeten zijn,
verzoekt de fractieleden van de Tweede Kamer hun eerder genomen besluit inzake het uit de wet schrappen van de vrijstelling voor joden en moslims van het gebod op verdoving van slachtdieren, te herzien,
verzoekt de vertegenwoordigers van de afdelingen naar de Partijraad deze boodschap over te brengen naar de Partijraad,
verzoekt het Federatiebestuur deze boodschap over de brengen naar het landelijk bestuur van GroenLinks,
en gaat over tot de orde van de dag.
Toelichting: er is in de discussies op fora en anderszins een scherpe tweedeling te vinden tussen partijleden die stellen dat dierenwelzijn moet prevaleren, en partijleden die stellen dat de belangen van de mensen, in dit geval de joden en de moslims, moeten prevaleren. Hiermee wordt een valse tegenstelling geschapen tussen joodse en islamitische consumenten van ritueel geslacht vlees enerzijds, en anderzijds de liefhebbers van dieren die zich inzetten voor een verbetering van alle aspecten van de vleesindustrie. Die tegenstelling bestaat niet, het gaat om een andere afweging van informatie en belangen.
Inmiddels is duidelijk geworden dat de traditioneel levende joden en moslims niet zullen kiezen voor verdoofd vlees. Als secularisatieproject is het wetsvoorstel nu al mislukt. Een aantal partijgenoten geeft de indruk het wetsvoorstel vooral als een kans te zien om de vleesconsumptie te verminderen. Het is nogal bevreemdend te lezen dat traditioneel levende joden en moslims in het vervolg maar vegetarisch moeten eten. Op zich niet onsympathiek, maar zou dan dat ook niet voor anderen gelden? Voor Henk en Ingrid, de gedroomde ideale Nederlanders? Een andere bevreemdende redenering luidde dat GroenLinks zich niet zou hoeven inzetten voor de rechten van orthodoxe joden en moslims, aangezien zij toch geen partijleden zijn en de waarden van GroenLinks niet delen.
GroenLinks heeft een zeker aantal joodse en islamitische leden, die zich ieder op hun eigen wijze verhouden tot dit vraagstuk. Zij delen als leden de waarden van GroenLinks. Ook in de officiële organisaties is dierenwelzijn geen vies woord. Enkele weken geleden hebben de vertegenwoordigers van islamitische en joodse organisaties zich tot GroenLinks gewend met een voorstel om samen om de tafel te gaan zitten om te praten over technische wijzigingen in het slachtproces. De Joodse Gemeente Amsterdam, verantwoordelijk voor de kosjere slacht, wil graag dat de hele keten van ei tot slachtkip en van kalfje tot koe volledig biologisch wordt. Ook in de halalwereld in Nederland is de discussie losgebroken over de welzijnswinst die te behalen is door beter opgeleide slachters en meer controle. Men wil naar het niveau van welzijn van de kosjere slacht, zei de voorzitter van het CMO tijdens een bijeenkomst op 24 mei op het partijkantoor. Men kan dit afdoen als gratuite praatjes voor de vaak, maar waarom zouden hedendaagse westerse noties van dierenwelzijn niet ook doordringen in de moslimgemeenschap? De fractie heeft zich tot dusver echter doof gehouden voor deze ontwikkelingen. Deze motie is een laatste poging om hier verandering in te brengen.
In de algemene discussie buiten de partij is inmiddels aan beide kanten veel gezegd dat beter ongezegd had kunnen blijven. Met name binnen GroenLinks is de keuze voor het wetsvoorstel van de PvdD bij uitstek ingegeven door dierenwelzijnsoverwegingen, en niet door antisemitisme of moslimhaat. Er is ook bij de tegenstanders van het huidige fractiestandpunt waardering voor het werk van de partij inzake dierenwelzijn; slechts in het specifieke onderhavige geval zou men graag zien dat de fractie anders koos dan de eerder ingeslagen weg.

*Toelichting: Dit maakt het voor de Israëlische zusterpartij van GL niet eenvoudiger op om aandacht te vragen voor hun groene agenda, of voor de Groene partijen in wording in de islamitische wereld. Dit verbod is koren op de molen van iedereen die stelt dat de westerse landen hypocriet zijn in hun aandacht voor mensenrechten. Dat de zogenaamde propageerders de mond vol hebben van mensenrechten en good governance, maar dat zij er niet voor terugdeinzen om diezelfde mensenrechten van joden en moslims af te pakken, meer specifiek nog: na 375 jaar kosjere slacht. Op basis van zogenaamde dierenwelzijnsargumenten, in werkelijkheid uit haat, zal men zeggen.

Temple Grandin in de Forward

29 april 2011 1 reactie

Temple Grandin tijdens de premiere van de film over haar leven

Hier is dé onbedwelmd slachten expert aan het woord in de Forward uit New York, het weekblad van de grootste joodse gemeenschap ter wereld: een link hier.

Deze realistische en helder geformuleerde punten moeten toch een compromis kunnen opleveren…

(Met dank aan Robbert B. voor de posting op Facebook.)

Een avondje bij de PvdA

Update: in de eerdere versie van dit artikel, dat ik na thuiskomst schreef, stonden geen links. En ik heb ook een aantal namen toegevoegd.

Gisteravond bezocht ik de bijeenkomst die de PvdA-Amsterdam had belegd over het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren inzake het onverdoofd slachten. Het was in vele opzichten een verhelderende avond. In de aula van de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert was everybody who is anybody die ik de afgelopen maanden en weken over dit onderwerp heb gehoord of gelezen, wel aanwezig. Er waren twee vertegenwoordigers van de Partij voor de Dieren, onder wie Johnas van Lammeren, de PvdD-man in de Amsterdamse Gemeenteraad. Johnas schrijf je zo, volgens de website van de PvdD.

De belangrijkste aanwezigen waren twee vertegenwoordigers van de PvdA in de Tweede Kamer. Verder spraken o.a. Ronny Naftaniel, rabbijn Evers, rabbijn Van de Kamp, vertegenwoordigers van de Unie van Marokkaanse Moskeeën en de Halal Correct Certification (meen ik), en de voorzitter van de gemeenteraadsfractie van de PvdA. Inmiddels is er in Trouw en in Het Parool over deze avond geschreven, in Het Parool vooral over de Amsterdamse politieke dimensie.

De belangrijkste conclusie was, al met al, geformuleerd door Arnold Heertje, PvdA-lid van statuur. Het politieke debat ging wat hem betreft niet over dierenwelzijn, maar om de politieke afweging tussen de pijn van de dieren en de pijn van de mensen die last hebben van het verbod. Zo ver durfden de politici echter niet te gaan. Die bleven liever in hun comfort zone: dierenwelzijn als politiek agendapunt.

Het laatste beeld op mijn netvlies was dat van de twee PvdA-Kamerklonen, die voor de zaal stonden. Allebei zo’n beetje in de dertig, allebei in zo’n zeer smal gesneden donker pak, dat eruit ziet alsof het twee maten te klein is gekocht, met een wit, verkreukeld overhemd eronder. De Booij en Van Bruggen-look. Tjeerd van Dekken en Martijn van Dam stonden een beetje verveeld naar ons te kijken. Van Dekken is de woordvoerder dierenwelzijn, Van Dam doet nu religie. Hij heeft het woordvoerderschap overgenomen van Van Dekken, want die is als onervaren parlementslid niet in staat gebleken dit dossier goed te managen.

Fassbinder-affaire

Op weg naar huis nam ik een andere route. Buitenveldert is een fijn stadsdeel, maar een beetje te stil en afgelegen om uitgebreid doorheen te fietsen, om elf uur ’s avonds. Dus ik nam een langere, maar wel veilige weg door de Beethovenbuurt en De Pijp. Het leek me enigszins symbolisch, om een langere route te nemen die verstandiger is. Dat zou de PvdA ook moeten doen, en daar werd door diverse sprekers ook voor gepleit. Alle joden die aan het woord kwamen, Ronnie Eisenmann voorop, wezen erop dat er over alles te praten is. Eisenmann is als bestuursvoorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam de werkgever van de kosjere slachter die elke week slacht. Hij vertelde dat er voortdurend aanpassingen worden gedaan aan het materiaal en dergelijke. Ik kreeg de indruk dat er met hem absoluut te onderhandelen is.

Van Dam en Van Dekken wilden echter niet onderhandelen. Ze legden in elk geval niets concreets op tafel. Bijvoorbeeld dat zij de stemming in de Tweede Kamer, begin juni, zouden laten uitstellen. Of dat zij terug zouden keren naar hun fractie met het verzoek om de discussie te heropenen. Het bleef bij een vage toezegging dat men in gesprek zou blijven met organisaties van joden en moslims. Maar eerder op de avond had men al gezegd dat de gehele fractie, dertig personen dus, zich achter het fractiestandpunt had geschaard. Het klonk niet alsof het enige zin had om de zaak in de fractie nog eens te bespreken.

Onderweg naar huis moest ik denken aan de Fassbinder-affaire. Die speelde zich af  in de winter van 1987-1988, dus ruim 23 jaar geleden inmiddels. Daarvan herinner ik me dat in elk geval bij mij de vlam in de pan sloeg, toen ik in een interview met een van de betrokkenen bij die voorstelling, de volgende opmerking las:  ‘Joden hebben nu eenmaal geen verstand van theater’. Wie dat geweest is, heb ik verdrongen. Die uitspraak was voor mij toen de druppel. De arrogantie van de betweter. En die vanuit zijn positie zich niets hoeft aan te trekken van de argumenten van zijn tegenstander, want die tegenstander heeft toch geen verstand van het onderwerp. In zijn hoedanigheid als jood.

En joden hebben, 23 jaar later, misschien inmiddels wel een beetje verstand van theater gekregen, maar tegenwoordig hebben zij geen verstand van dierenwelzijn. Of preciezer gezegd: de joodse interpretatie van dierenwelzijn zoals die tot uitdrukking komt in de praktijk van de sjechieta, (en mutatis mutandis ook de islamitische interpretatie zoals die in de halal slacht wordt gehanteerd), is niet het ware dierenwelzijn. Er is een ànder dierenwelzijn dat hier tegenover kan worden gesteld. Het dierenwelzijn zoals dat door de Partij voor de Dieren en de Partij van de Arbeid wordt geïnterpreteerd.

Martijn van Dam schetste het beeld van een fractie die drie keer had vergaderd over dit wetsvoorstel, en die twee grootheden tegen elkaar had afgewogen; dierenwelzijn en de vrijheid van godsdienst. Die vrijheid van godsdienst was weliswaar een groot goed, maar kon niet onbeperkt zijn. Uiteindelijk was de keuze in het voordeel van het dierenwelzijn uitgevallen.

Als ik iets heb geprobeerd op dit blog de afgelopen maanden, is het wel uit te leggen dat het een valse tegenstelling is om dierenwelzijn tegenover onbedwelmd slachten te stellen. De tegenstellingen staan heel anders gegroepeerd. En misschien is het ook wel niet een kwestie van het ene wetenschappelijke inzicht tegenover het andere, maar is het inderdaad een keuze tussen wat je belangrijker vindt, de pijn van de dieren of de pijn van de mensen?

Intrinsieke waarde

De vraag is: wat moeten en kunnen wij nog met de PvdA en de andere politici in Den Haag? Die kennelijk al hun standpunt hebben bepaald. Bij de Partij voor de Dieren is er geen enkele ruimte om op te schuiven in de richting van joden en moslims. Men is bezig met dierenwelzijn, en alle andere zaken zijn secundair.

Maar bij de Partij van de Arbeid is er iets anders aan de hand. Daar is men heel goed in staat een andere afweging te maken. Dat de bijeenkomst überhaupt werd belegd, heeft te maken met de positie van de Amsterdamse Partij van de Arbeid. Die heeft zich in meerderheid tegen de Tweede Kamerfractie gekeerd. Er was een hysterische mevrouw, die ook in Gemeenteraad bleek te zitten, (Myriam Bindervoet> die het juist weer heel erg niet met de rest van de Tweede Kamerfractie eens was. Na afloop stond ik even bij de deur, toen ze langs liep, ‘Ik moet naar mijn dieren!’ gillend.

Maar de Tweede Kamerfractie hoeft zich niets aan te trekken van wat de Amsterdamse Raadsleden ergens van vinden. Of wat joodse en islamitische partijleden denken. Of wat vertegenwoordigers van joodse en islamitische organisaties, met verstand van zaken, over deze kwestie beweren. De fractie kan doen wat ze wil, en of de benadeelde partij nu hoog of laag springt: het doet er niet toe.

Voor de meerderheid van de Nederlandse parlementariërs heeft het joodse standpunt, of het islamitische standpunt, geen intrinsieke waarde. Joden en moslims verdienen geen bescherming in hun anders zijn, op die punten waarop zij uit de pas lopen bij de grote meerderheid van de Nederlanders. Ze verdienen het misschien nog wel om te worden gehoord, en men wil best een avondje vrij maken voor een gesprek, maar het feit dat zij een minderheid zijn en dus afhankelijk zijn van de bescherming door in elk geval een deel van de meerderheid, speelt in de besluitvorming geen rol.

Dit heeft verregaande consequenties voor de joden en moslims in Nederland. Voor de moslims geldt dat zij zeven procent van de Nederlandse bevolking uitmaken. Stel dat iedereen in de moslimgemeenschap op een gegeven moment de Nederlandse nationaliteit heeft. Dan kun je op sommige punten een zeker gezag ontlenen aan je demografische vertegenwoordiging. Zeven procent van alle stemmen is toch zeven procent van alle stemmen. Uiteindelijk is het echter sléchts zeven procent. Voor de joden geldt dat zij met 0,2 procent van de Nederlandse bevolking geen enkel potje kunnen breken. Slechts toen Buitenveldert nog een onafhankelijk stadsdeel was, had het joodse volksdeel daar wellicht enige electorale betekenis. Maar nu?

Ik ben in GroenLinks ook maar één joodse mevrouw uit Amsterdam-Oost. Nu wonen er in Amsterdam-Oost toevallig een aantal andere joodse GroenLinksers, maar om nu te zeggen dat wij demografisch enig gewicht in de schaal leggen… nee. Bovendien weet ik niet hoe deze partijgenoten denken over dit onderwerp. Waarom zou GroenLinks de oren laten hangen naar dat ene partijlid die ’s nachts langs het Oosterpark naar de Indische Buurt fietst, en die vindt dat het onverdoofde kosjer slachten moet blijven bestaan, evenals het halal slachten? Zelfs al zou ik alle mensen die ik ken kunnen overhalen om volgende keer op GroenLinks te stemmen, dan nog zijn we met z’n allen met te weinig om een verschil te maken.

De politicus moet uit eigener beweging besluiten dat mijn rechten belangrijk zijn, want ik kan hem of haar er electoraal nooit voor belonen. Ik sta met de pet in de hand bij de partij, en vraag of de fractie mijn minderheidsbelang wil behartigen. En dat van al die andere mensen die dit onderwerp persoonlijk aangaat. Maar indien de fractie anders beslist, is het helaas pindakaas. Er overvalt je een acute ontreddering, als je dat ’s nachts door de stad fietsend zo ’s bedenkt.

Van de getallen moeten we het niet hebben. We zullen het op basis van onze argumenten moeten winnen, dan wel op basis van de abstractie ‘rechten van minderheden’.

Hier wringt de schoen. Zolang je als partij geen onomwonden principestandpunt hebt over de bescherming van de rechten van minderheden, komen die minderheden vroeger of later klem te zitten tussen conflicterende belangen. Zoals nu dus het geval is.

Zodat we terug komen bij de argumenten, en op het belang van de ‘tegenpartij’, de slachtdieren. Professor Martijn Katan was gevraagd om een korte inleiding te houden over de wetenschappelijke kant van de zaak. Hij rekende ons snel voor dat uit de onderzoeken blijkt dat de meeste grote slachtdieren gemiddeld binnen twintig seconden buiten bewustzijn zijn. Voor de kleinere slachtdieren is het een periode tussen de 2 en de 10 seconden. Er is echter een minderheid van onbedwelmd geslachte dieren die er een minuut over doet om het bewustzijn te verliezen.

De dieren die eerst worden verdoofd, zijn er in zoverre beter aan toe, dat ze onmiddellijk het bewustzijn verliezen en een toestand van hersendood/coma bereiken, alvorens te worden geslacht. Voor tien procent van die dieren geldt echter dat het geven van de verdovende electroschok of de hersenpin niet altijd goed gaat. Dat brengt lijden met zich mee, want de half of niet-verdoofde dieren gaan letterlijk de molen in.

De vraag is dus: ga je er mee akkoord dat tien procent van de dieren die onverdoofd worden geslacht pijn lijdt, of ga je ermee akkoord dat tien procent van de dieren die verdoofd worden geslacht, pijn lijdt? En ga je op basis hiervan afdwingen dat de ene methode wordt vervangen door de andere? Ik vind dit grotesk.

Anti-buitenlanderdenken

Ik denk dat ik snap waar we nu zitten, in deze discussie.  De twee Kamerleden gaven niet de indruk toe te zullen geven aan ons, de joden en moslims. Waarom zouden ze? Ze zitten in het meerderheidsdiscours, en dat stelt dat dierenwelzijn topprioriteit heeft. Dierenwelzijn is de nieuwe uiting van verantwoord Nederlanderschap.

Ten diepste is dit een uitkomst van het anti-buitenlanderdenken van de afgelopen vijftien jaar. Sinds het midden van de jaren negentig is er op allerlei niveaus een onderscheid gecreëerd tussen autochtonen en allochtonen. Tussen buitenlanders en Nederlanders, tussen insiders en outsiders. Tussen de ‘minseh in de oude wijkeh’, en de nieuwkomers. We eren en vieren de Nederlanders en ons Nederlanderschap, op allerlei manieren. Of er nu op de televisie iemand vertelt dat melk van een bepaald merk van Nederlandse koeien afkomstig is, en daarom dus beter, of op een andere wijze: Nederland is top.

Wanneer je als volk voortdurend zoekt naar datgene wat je bindt, en je gemeenschappelijk verleden, je gemeenschappelijke eigenaardigheden en culturele verworvenheden, heeft dat in het begin iets gezelligs. Je kunt dit verklaren door een besef dat Nederland weer eens toe was aan een rondje groepsvorming. We waren elkaar kwijtgeraakt in de globalisering bla bla, en moesten weer even de gemeenschappelijke basis onder ons Nederlanderschap terugvinden.

Dit is dan even leuk. Maar het moet op een bepaald moment ook weer ophouden, want anders krijg je een benauwd gevoel, en is er voor anderen, bijvoorbeeld nieuwelingen die zich bij de groep willen aansluiten, geen opening. Op een bepaald moment moet er iemand zeggen: en nu is het sfeerbevorderende de-bal-overgooien weer voorbij. Maar als je jezelf in je zucht naar authentieke Nederlandsigheid maar blijft opjagen, krijg je vroeger of later dat de mechanismen om dit te corrigeren, wegslijten.

Het geniale van de Partij voor de Dieren is dat ze het dierenwelzijn van de onbedwelmd geslachte dieren hebben weten te verbinden aan het Nederlanderschap. Ben je een echte Nederlander, en heb je de mores van een echte Nederlander, dan ben je natuurlijk voor dat dierenwelzijn. De tegenstanders, de dierenbeulen die het bloed in het rond laten spatten, zijn namelijk de je-weet-wels.  Degenen die – zo hebben we ons de afgelopen jaren aangepraat – onmogelijk echte Nederlanders kunnen zijn. Dus kan wat zij doen, aan sinistere ‘rituelen’ in de beslotenheid van het abbatoir, onmogelijk een uiting inhouden van waarlijk Nederlands-zijn. Joden die dachten dat zij als Nederlanders met een eeuwenlange stamboom op Nederlandse bodem een andere positie zouden kunnen innemen dan moslims, komen nu tot het inzicht dat het de gemiddelde reaguurder op de webpagina’s van de kranten geen donder uitmaakt of je een jood of een moslim bent. Aanpassen aan wat de democratische meerderheid wil, of opsodemieteren, is het devies. Lees voor verhelderende standpunten hierover de reacties onder het opiniestuk van rabbijn Tamarah Benima in de Volkskrant van 28 april.

Ooit, en dat is helemaal niet zo lang geleden, behoorde het tot de Nederlandse identiteit om enorm veel ruimte te geven aan joden en andere religieuze minderheden. Dat is nu voorbij. De dieren zijn de nieuwe joden. Maar ook weer niet allemaal, want we moeten de kreeft en de coquilles nog levend kunnen blijven koken, of zoiets.

Onbedwelmd XVII: JMNA – Open Brief aan Partijleider Cohen

Ik had de tekst van deze open brief al een paar dagen, maar ik wilde de eventuele pogingen van het JMNA niet versjteren om hiervoor een plekje in een landelijke krant te vinden. Dat is tot zover niet gelukt, en ik zag dat de brief inmiddels ook op de website van het NIK staat.

Dus ik kan nu gewoon een link plaatsen, naar de webpagina van het NIK. Hier dus.  Hij is afkomstig van het Joods Marokkaans Netwerk Amsterdam, en in de brief wordt helder en duidelijk verwoord wat er niet deugt aan de steun van de PvdA aan het wetsvoorstel van de PvdDieren.

Een snel hallo

Ik was de afgelopen tijd erg druk met zaken die nu of in de toekomst geld moeten opbrengen voor de huishoudpot hier in huize Meijervreugde. Daardoor is het bloggen een beetje in het ongerede geraakt. Ik heb echter niet de indruk dat liefhebbers van artikelen over onbedwelmd slachten op een droogje hebben gezeten, de afgelopen dagen en weken.
Everybody who is anybody vindt er inmiddels iets van, en heeft er een standpunt over gepubliceerd. Ik heb geprobeerd alles te volgen, en hoewel dit natuurlijk niet is gelukt, valt ‘t me op dat het debat gaandeweg van toon is veranderd. Er is meer aandacht voor het verhaal van de tegenstanders van bedwelming.

Ik heb weinig echt antisemitische shit gelezen, en sommige commentatoren hebben de moeite genomen zich inhoudelijk in de kwestie te verdiepen.
Ik heb al eerder geschreven dat dit onderwerp met name als technische, zakelijke kwestie moet worden beschouwd, op basis van technische argumenten. Mijn amateur-conclusie, ik heb het al vaker gezegd, is dat ik als dier dan liever onbedwelmd geslacht zou worden door een mens, dan bedwelmd door een machinaal proces, omdat er zoveel mis kan gaan, juist met die bedwelming. Op het technische, daar focust men in sommige gevallen inderdaad op, en ik zag een columnist als Pieter Hilhorst daar ook mee worstelen, maar vaak ook gaat het om de randverschijnselen van dit debat. Vraag: draait alles in Nederland sinds 1568 dan altijd alleen maar om godsdienstvrijheid? Is dit het enige denkmodel waarmee we morele of ethische kwesties kunnen benaderen? En kan dus, nu de meerderheid van de Nederlanders is geseculariseerd, de godsdienstvrijheid met de consequenties die we hieraan hebben verbonden, ook verdwijnen?

Wat nu? Morgen ga ik naar de bijeenkomst van de PvdA in Buitenveldert. Of, liever gezegd, ik heb me braaf aangemeld, maar verder niets meer gehoord. En eind mei organiseert GroenLinks ook een debatbijeenkomst, in Utrecht. Hierover later meer.

Ten slotte wilde ik vier artikelen aanbevelen, omdat ze als voorbeeld kunnen dienen voor verschillende aspecten van de onbedwelmd slachten-discussie. Ik de Volkskrant stond een goed stuk van theoloog Coen Wessel, link hier. Hij probeert iets te verduidelijken van de religieuze aspecten van het slachten, binnen een kader van verhevigd bewustzijn van sterfelijkheid. Dit is een goed voorbeeld van iemand die het onderwerp als een religieuze kwestie benadert.
In diezelfde Volkskrant kon Nico Koffeman van de Partij voor de Dieren gisteren alle critici van het wetsvoorstel van repliek dienen. Hier.  De Partij voor de Dieren-folks zijn klaarblijkelijk een beetje in paniek geraakt door het protest dat nu op gang gekomen is.  Hier is meer over te zeggen, maar ik zou zeggen: oordeel zelf.

Ook interessant was het stuk van Mohammed Benzakour op de website NieuwWij.Het gaat behalve over slachten ook over poep. Ik ga het niet navertellen, lees en oordeel zelf.

En tenslotte een stukje van de site van NRC-Handelsblad van vandaag, over het koken van octopus. De thuiskok beklaagt zich. Hier. In dit laatste stukje zie ik het enige goede dat de hele discussie van de afgelopen maanden en weken ons misschien gaat brengen: een groter bewustzijn van de pijn die dieren kunnen voelen, wanneer ze worden gedood om te worden opgegeten. Alhoewel de thuiskok dit dus gezeur vindt.

Onbedwelmd slachten XI: behandeling in de Kamer twee weken vooruit geschoven

21 maart 2011 1 reactie

Dit plukte ik zojuist van de website van de Tweede Kamer, bij de plenaire vergaderingen: – 31 571 (Initiatief-Thieme; wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten) (voortzetting) . Het debat is verplaatst naar de week van 5, 6 en 7 april. Een paar weken geleden stond het in de Kameragenda aangekondigd voor deze week, maar het is dus naar achteren geschoven.

Dat is mooi, want misschien kan ik dan ergens een stukkie plaatsen over dit onderwerp.  Tot nu toe sneakt het namelijk volledig langs de blinde vlek van de publieke opinie. Ik zou het beter te verteren vinden dat een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking meent dat het maar eens uit moet zijn met die kosjere en halal slacht,  wanneer er eerst over is gedebatteerd.  Door diezelfde Nederlandse bevolking.  Maar dat debat wordt dus niet gevoerd.

 

 

Onbedwelmd slachten X: factsheet van het NIK (Update)

12 maart 2011 2 reacties

Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap heeft een factsheet gepubliceerd over de onbedwelmde slacht.  Zie de link hier.

Het is nu tien voor elf  ‘s avonds, zaterdag de 12de. Hij werd zaterdagavond na het einde van de sjabbat online gezet, en ik vond hem via een twitter van Robbert Baruch. Morgen mijn analyse.

Ballpark:  men maakt gehakt van het belangrijkste onderzoek waar de PvdD zich op baseert. En men maakt gehakt van sommige tendentieuze opmerkingen van de PvdD. Er wordt op een heel subtiele manier een verschil geschapen tussen de joodse manier, en de islamitische manier, zonder iets onvriendelijks te zeggen over wat moslims doen.  Ik moet het nog een keer lezen, maar mijn eerste indruk dat het NIK aan de goede kant van de lijn blijft op dit punt. ik was heel bang dat ze voluit op het PVV-Hammondorgel zouden gaan raggen over de verschillen, maar dat doet men dus niet.

Update zondagochtend.

Ik heb nog een keer de tekst gelezen.

Hij begint zwak, met een opmerking over de Partij voor de Dieren die aan dieren mensenrechten wil toekennen, wat dan zou betekenen dat mensen geen dieren meer zouden kunnen houden voor consumptie. Volgens mij ligt dit genuanceerder, maar ik heb me wel onmiddellijk voorgenomen om dit nader uit te zoeken. Er wringt hier iets tussen mensenrechten, dierenrechten en een antropocentrische en non-antropocentrische wijze van kijken naar de wereld. De auteur van de factsheet (het is niet ondertekend) legt de vinger op een zere plek, maar misschien niet op de op dit moment relevante plaats.

 

Dieronvriendelijker?

Vervolgens focust men op het meest relevante argument: is het onbedwelmd slachten dieronvriendelijker dan het bedwelmd slachten? De PvdD stelt dat dit zo is. Maar hoe bewijst de PvdD haar claim?

In de Memorie van Toelichting bij het wetswijzigingsvoorstel legt de PvdD uit hoe eea in elkaar zit, en op welke onderzoeken de partij zich baseert. Ik heb al eerder geschreven dat hier veel onderzoeken over bestaan, die ik zelf niet gelezen heb omdat ik geen dierenarts ben en niet zo veel begrijp van de medische resulaten. De resultaten van deze onderzoeken laten een gemengd beeld zien. De conclusies zijn niet eensluidend, wat de wetenschappers zelf toegeven. Dit punt laat de PvdD onvermeld, en het NIK geeft tegengas. Het is en blijft een beetje welles-nietes, maar de argumenten die het NIK geeft, zijn relevant. Je kunt er ook niet zomaar overheen stappen dat de PvdD teksten citeert uit een onderzoek, en die vervolgens verkeerd vertaald weergeeft, omdat het hen beter uitkomt in hun bewijsvoering.

 

Andere argumenten

De veterinair-medische aspecten nemen het leeuwendeel van de factsheet in beslag. In hoofdstuk 2 spelen er ook andere argumenten een rol: de feiten en fictie ten aanzien van de sjechieta. Hier probeert het NIK zich slinks onder de beeldvorming uit te werken dat de joodse wijze van slachten en de islamitische wijze van slachten hetzelfde zijn.

Aangezien het in beide gevallen om het insnijden van de keel van levende dieren gaat met een vlijmscherp mes, kun je daar weinig verschil suggeren. Dus gooit het NIK het over een andere boeg: de PvdD moet met haar kritiek op de gang van zaken in de slachthuizen echt niet bij de joden zijn, omdat joden allerlei dingen die de PvdD suggereert niet doen.

Ook wordt nog eens fijntjes erop gewezen dat het joodse aandeel in de onbedwelmde slacht minimaal is, minder dan marginaal. Een halve promille van de totale onbedwelmde slacht en een-honderdduizendste van de totale slacht. Met andere woorden: waar gaat dit over.

Dit kun je op twee manieren lezen. Ik vertrouw het NIK op dit punt totaal niet. Ik weet dat de ambtelijk Secretaris van het NIK twee jaar geleden heeft gelobbied bij de PVV en de SGP over de slacht. Ik vond het toen ongelofelijk smerig om op de anti-islamtrein te springen.

Dat doet men nu niet, het gaat veel subtieler. De eerste manier van lezen is dat het NIK hiermee zegt: u moet voor de misstanden niet bij ons, maar bij de moslims zijn. Het staat er echter niet. Je kunt het ook lezen als: als de PvdD niet eens de juiste informatie kan geven over de kosjere slacht die al 375 jaar bestaat en in één slachthuis in Nederland wordt uitgevoerd, hoe betrouwbaar is die andere info dan, over de andere slachthuizen? Hoeveel onbewezen verzinsels moeten wij nog debunken?

 

Burka van links

Mijn vraag is of het onbedwelmd slachten niet de ‘burka’ van links is, een symbolische maatregel die op een symbolische wijze iets van daadkracht en doorpakkerij moet laten zien.  Het blijft de vraag of het NIK met deze argumenten de linkse oppositie kan overtuigen van het nut om de onbedwelmde slacht te laten voortbestaan. Ik denk eerlijk gezegd dat het onderwerp veel te veel op de emotie wordt beoordeeld, en te weinig als een veterinair-technische kwestie.

Tot zover, want ik moet naar JCall.

 

 

 

 

 

 

Onbedwelmd slachten VIII: naar een compromis

28 februari 2011 9 reacties

Is het goed dat Nederlanders discussiëren over dierenrechten? Ik zeg volmondig ja. Wordt de huidige discussie op een goede manier gevoerd, door het onbedwelmd slachten aan te pakken? Ik denk het niet.

Wat me opvalt in de krantenartikelen die ik vind over dit onderwerp, is het gebrek aan zakelijkheid, en de overvloed aan emotionele argumenten die worden gebruikt. Dit geldt zeker voor de vleesdiscussie in het algemeen: over megastallen, de bio-industrie, het gebruik van bont en de jacht. Hierin krijgen de dieren haast per definitie het predicaat zielig.

Zielig is echter geen zakelijk argument, wanneer je het hebt over deze kwesties. Indien je werkelijk iets wilt veranderen aan het lot van dieren in de bio-industrie, de bontindustrie en de jacht, zul je je eerst moeten verdiepen in wat er precies gebeurt in de verschillende levensfasen van die dieren. Door te kiezen voor het argument zielig, laat je je de kans ontnemen om je tegenstander met een overtuigend verhaal van je gelijk te doordringen.

Je moet de eigenaar van een megastal, die met de beste bedoelingen kiest voor allerlei technologische vooruitgang, in de taal van die technologische vooruitgang van repliek dienen, en hem wijzen op wat er beter kan en hoe het beter kan. (Ik heb hier zelf overigens geen verstand van.) Tegen een megastaller zeggen dat hij weer keuterboer moet worden met een tiental varkens op zijn erf, die hij tijdens de slachtmaand maar met een hamer op de kop moet slaan, is geen optie.
Het romantisch ideaal van de landbouw als pastorale idylle is een al lang gepasseerd station.

In de discussie over het onbedwelmd slachten wordt het heldere zicht op waar dit over gaat (de beste methode om zo pijnloos mogelijk te slachten zonder het dier eerst te verdoven of te doden voor je het open snijdt) vertroebeld door een overvloed aan onzakelijke argumenten. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze gastopinie in de Volkskrant.
De onbedwelmde slacht vergelijken met de meisjesbesnijdenis, zoals de PvdDieren doet, is ook een eersteklas misser. Dan ben je echt bezig met stemmingmakerij.

 

Laat ik hier nu eens iets tegenover stellen. Wanneer je wilt spreken met voor- en tegenstanders van onbedwelmd slachten, moet je dat doen op basis van rationele, technische argumenten. Alleen dan kun je eruit komen en kun je de rechten van alle betrokkenen garanderen.

Emoties hebben geen plaats aan deze onderhandelingstafel. Niet de emoties die decreteren dat onbedwelmd geslachte dieren zieliger zijn dan hun bedwelmde soortgenoten. Of emoties die leiden tot de conclusie dat joden en moslims minderwaardig zijn, en dat de ‘gewone’ manier toch veruit te prefereren is. Het ‘We are the Champions’-denken van veel geseculariseerde christenen krijg je alleen van tafel wanneer je geen ruimte laat voor de emotie, wanneer de discussie op zakelijke en technische merites wordt gevoerd. Islamofobie en antisemitisme hebben niets te zoeken in deze discussie. De ángst voor islamofobie en antisemitisme overigens ook niet.

 

De discussie gaat uiteindelijk over uiteenlopende technische inzichten van mensen die allen hetzelfde doel voor ogen hebben: minimaal dierenleed. En over de rechten van minderheden op die eigen technische inzichten – inzichten waar de meerderheid het misschien niet honderd procent mee eens is. Als minderheid mag je het recht hebben om dingen anders aan te pakken – je hoeft niet door de meerderheid gedwongen te worden dat je hen exact navolgt. Dat is de essentie van onze rechtsstaat. Je kunt binnen dit rechtsstatelijke kader wel tot een compromis komen op het punt van de dierenrechten.

Hoe zit het dan met de religie?

Religie heeft al helemaal geen plek aan de onderhandelingsstafel.  Religie is echter wel de kaart die nu wordt uitgespeeld.
Ik voorspel: de komende keer, in april, zal het er nog niet van komen. De vrijheid van godsdienst zal als argument bij sommige partijen toch zwaarder wegen dan de dierenrechten, en het voorstel gaat weer een la in.  Op dit moment zijn D66, SP, GroenLinks en PVV voor, en SGP, Christenunie en CDA tegen. De VVD en PvdA weten het nog niet. Mijn inschatting is dat de VVD en de PvdA beide niet zullen meestemmen met het voorstel, de VVD vanwege coalitieoverwegingen en de PvdA vanwege de vrijheid van godsdienst.

Maar de woede van de tegenstanders in wat zij zien als een essentiële strijd voor dierenrechten, zal hiermee niet afnemen. Dus zodra het kan, komt het onderwerp weer terug. En meer en meer zal het worden geframed als het verschil tussen seculiere rationalisten met gevoel voor dieren, versus religieuze fanatici zonder oog voor dierenleed. Wat niet overeen komt met de praktijk, zoals ik in mijn vorige blogs heb geprobeerd te laten zien.

 

 

Ik stel een gedachte-experiment voor. Laten we voor de duur van dit artikel er nu eens vanuit gaan dat God niet bestaat, en dat het goddelijke gebod om je aan Zijn wetten te houden, dus een spirituele grond mist. Zouden joden en moslims binnen deze werkelijkheid dan nog steeds onbedwelmd slachten?
Ik denk het wel. Omdat de onbedwelmde slacht voor veel joden en moslims een werkende en verantwoorde interpretatie is van dierenwelzijn en dierenrechten. Joden en moslims menen beiden dat zij het slachten zó uitvoeren, dat het dier minimaal lijdt. Voor zover zij zich hebben verdiept in de gangbare methoden voor verdoving, zijn joden en moslims niet overtuigd van het nut ervan.
De huidige stunning methodiek is niet ideaal, en degenen die de stunning toepassen, geven dat ook toe.

 

Vier denkrichtingen:

 

De eerste oplossing om uit het dilemma te geraken zou kunnen zijn dat het onbedwelmde slachten mag voortbestaan, zolang de bezwaren tegen de huidige stunning niet zijn weggenomen door de invoer van verregaande technologische verbeteringen. Dat geeft beide partijen tijd om te werken aan een oplossing: stunning 2.0 of misschien zelfs stunning 3.0. Dit komt ook het dierenwelzijn van de dieren die slachtoffer worden van de stunning slechts ten goede. Ook het post-cut stunning kan hiervan onderdeel zijn.

 

De tweede oplossing is gelegen in de training van slachters die onbedwelmd slachten. Hierbij zou je kunnen afspreken dat alle onbedwelmde slacht in het vervolg slechts toegestaan is in een slachthuis, waar het snijden zelf moet gebeuren door een goed opgeleide professional.
Dit is voor joden geen enkel probleem, want zo gebeurt het al. Voor jonge en Nedermoslims is dit geheel in lijn met tendensen en discussies in de moslimgemeenschap in Nederland, en uit te leggen als een compromis met het oog op hygiëne en het welzijn van de dieren. Voor individuele moslims van de eerste generatie migranten zal dit echter een pijnlijk punt zijn, een pijnlijk compromis.

 

De derde oplossing zou kunnen zijn dat je het slachten voor de export verbiedt, en de sjchiete en dhabahah alleen voor de binnenlandse markt toestaat. Hier zou ik zelf niet voor zijn. Een rationeel argument hiertegen is dat met name het kosjer slachten dan volledig onbetaalbaar wordt. De sjchiete in Nederland is een cottage industry, een kwestie van misschien vijf koeien per week en misschien wat kleinvee en een kooi met kippen. Wanneer de export verdwijnt en de Nederlandse joden alle kosten moeten dragen, houdt het in Nederland op. De kosjere slager zal zijn vlees in het vervolg dus moeten importeren, waarschijnlijk uit Frankrijk. Dat is niet onoverkomelijk, maar je kunt je wel afvragen wat hier nu mee gewonnen is.

Voor moslims geldt dit argument niet, omdat er zoveel meer consumenten voor halal vlees te vinden zijn. Voor moslims zou het argument om juist wèl voor de export te slachten, kunnen luiden dat de Nederlandse methode in zijn uiteindelijke aangepaste vorm maximaal diervriendelijk is, naar de mogelijkheden van 2011.

 

Een vierde oplossing betreft de aanpassing die joodse en islamitische slachters uitvoeren om het onbedwelmde slachten diervriendelijker te maken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gaan om aanpassingen aan de Weinberg Pen, of de techniek van het ‘ondersteboven ophangen’. Je kunt ook kijken naar de post-cut stunning. Hier moeten de rabbijnen en islamitische deskundigen zich van hun meest compromisvolle en zakelijke kant laten zien. De tegenstanders moeten ruimhartig door de pomp. Dit is minder naiëf gedacht dan men misschien denkt, want de onderzoeken en aanbevelingen van Temple Grandin liggen hiervoor al klaar.
Deze oplossing kan alleen tot stand komen in een debat dat gevrijwaard is geweest van antisemitische en islamofobe ruis. Een debat dat op technische argumenten is gevoerd, en waarbij de nadruk voortdurend heeft gelegen op het doel: zo min mogelijk dierenleed.

 

Het onbedwelmde geslachte vlees wordt hiermee wellicht duurder. (Nog duurder? Zucht…) Maar het wordt ook diervriendelijker, en kan functioneren binnen een systeem van ecologisch bewustzijn, dat al dan niet religieus is geïnspireerd. Uiteindelijk is dat de ultieme win-win-win situatie, ook voor de dieren zelf.

 

Tot slot:
Wat raad ik de leden van de Tweede Kamer dus aan? En meer in het bijzonder mijn partij, GroenLinks? Stem tegen het voorstel zoals het er nu ligt. Stem voor een motie, of nog liever, dien zelf een motie in. In die motie moet staan dat de Kamer de staatssecretaris van Landbouw dwingt met een compromis-wetsvoorstel te komen, waarbinnen de onbedwelmde slacht kan blijven voortbestaan voor een periode van tenminste 25 jaar, onder voorwaarden van dierenwelzijn bevorderende maatregelen. Het compromis moet tot stand komen door samenwerking en discussie van alle betrokken partijen, en mag niet later dan 1 januari 2013 aan de Kamer worden aangeboden. Dat geeft alle deskundigen een periode van ruim anderhalf jaar om eruit te komen.

Onbedwelmd slachten VII: ik spreek de joden toe

28 februari 2011 2 reacties

Joden en moslims moeten zich realiseren dat de tegenstanders van onbedwelmd slachten op het punt van dierenwelzijn niet zo maar wat staan te schreeuwen. Voor zover hun tegenstand gegrondvest is op basis van rapporten van deskundigen, is het van belang hen als gesprekspartner serieus te nemen en te accepteren dat er veel waars is in wat de tegenstanders zeggen.
De dieren lijden tijdens de slacht, en mensen maken zich daar druk over. Daarom zijn de diverse vormen van bedwelming ook uitgevonden en in gebruik genomen. Die dierenartsen en wetenschappers die hier onderzoek naar doen, doen dit niet vanuit een antisemitische of islamofobe waan. Zij verdienen het als integer te worden beschouwd, tot het tegendeel bewezen is.
Het domste wat je kunt doen is de tegenstander op de een of andere manier demoniseren als een antisemiet of moslimhater. De meeste tegenstanders zijn helemaal niet bezig met joden of moslims, maar met dierenwelzijn en dierenrechten. Spreek hen daarop aan, en wijs hen op de lange traditie van dierenwelzijn in het jodendom en de islam.
Haal de angel uit het argument dat dit gaat over dierenliefhebbers versus dierenbeulen. Je bent geen dierenbeul, maar je staat juist in een eeuwenoude traditie van anti-dierenbeulerij. In principe ben je de kameraad en medestander van de dierenvriend – je hebt op het specifieke punt van de slacht alleen een verschil van inzicht.

Dat verschil van inzicht is technisch. Hoeveel lijdt een dier dat onbedwelmd wordt geslacht nu werkelijk, en in hoeverre is daar met een verdere fine tuning van de technieken iets aan te doen?
Dit is een probleem waarvoor in principe een compromis te vinden moet zijn. Dat compromis moet echter worden gesloten op het niveau van de details van wat er gebeurt in het slachthuis. Niet op het niveau van religie.
Wellicht is het een idee om op dit punt ook het eco-kasjroet en de eco-dhabahah naar voren te schuiven.

Natuurlijk is er een onderstroom aanwezig, met name bij de PVV en haar achterban, om vanuit islamhaat te opereren. Richt je niet op die mensen, richt je op het weldenkende deel der natie, die een probleem wil oplossen. Richt je op iedereen die gevoelig is voor heldere argumenten.

Hoe bereik je die moderne diersoort ‘de seculiere Nederlander’?

Seculiere Nederlanders kunnen weinig tot niets met het argument dat de vrijheid van Godsdienst moet prevaleren boven dierenwelzijn. In hun ogen bestaat de almachtige God uit de bijbelboeken niet, dus wat God al dan niet heeft gedecreteerd, is volledig irrelevant. Waarom zouden zij lastig gevallen moeten worden met archaïsche flauwekul, die ook nog eens dieren schaadt?
Hoewel veel religie al uit het dagelijks leven is verdwenen, menen veel seculiere Nederlanders dat het nog steeds wel wat minder kan met die religie. Velen zien dit in termen van bevrijding van onderdrukking. Door de secularisatie dwingend op te leggen, bevrijden zij de gelovigen van een waandenkbeeld. De een richt zijn pijlen op de hoofddoeken, de ander op de bijzondere scholen, de derde op weer iets anders. Voor de seculieren bestaat de joodse God net zo min als de christelijke, de hindoeïstische of de islamitische; het gaat hen om de verworvenheden van de moderne maatschappij, die aan gelovigen worden ontzegd. Hierbij geldt hun belangstelling vooral kinderen. Voor een seculiere Nederlander zijn gescheiden speelplaatsen voor jongens en meisjes iets verschrikkelijks: en of het nu de Kindergemeenschap Cheider in Amsterdam is, of een christelijke school in de Bible Belt, of een islamitische basisschool.
Dit zijn welgemeende en diepgevoelde emoties.

Met name waar het dierenrechten aangaat, kunnen deze emoties hoog oplopen. En dan maakt het voor de meeste Nederlanders niet uit of iemand jood of moslim is. Sommigen zullen misschien wel gevoelig zijn voor het culturele en historische argument dat er al eeuwen kosjer wordt geslacht in Nederland, of het argument dat het bij de kosjere slacht om een handjevol dieren gaat. Anderen zullen het bekende ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’ in de praktijk willen brengen. Juridisch zal een verbod voor alle onbedwelmde slacht gaan gelden.

Om de zaak voor eens en voor altijd uit te onderhandelen, is een puur seculiere benadering nodig. Om een compromis te kunnen bereiken met seculiere Nederlanders, moet je je bedienen van seculiere argumenten. Zakelijke, technische argumenten. En je moet bereid zijn tot een compromis te komen – dat vervolgens generaties lang mee kan. Zodat iedereen deze kwestie eindelijk kan laten rusten.

Het enige religieuze argument dat je eventueel kunt meenemen, is het bewustzijn van joden en moslims voor ecologie. Ecologisch, duurzaam denken is niet het alleenrecht van seculiere personen, hun religieuze tegenhangers kunnen er ook wat van. De noties van eco-kasjroet en groene dhabahah zorgen ervoor dat je je, ook als religieuze jood of religieuze moslim, kunt presenteren als medestander van je tegenstander. Op veel punten ben je het namelijk eens, of sterker nog, loop je voorop. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze link over rabbijn Arthur Waskow, een van de grondleggers van de eco-kasjroet. Of deze islamitische website. Misschien klinken deze sites een beetje al te naïef schattig in de ogen van de wat cynischer aangelegde lezers, maar zonder pioniers gebeurt en verandert er niets.

Tot mijn grote chagrijn is de lijn van het dierenwelzijn tot dusver niet de lijn geweest die de mannen die ook mijn vertegenwoordigers zijn, de rabbijnen en de bestuursleden van het Centraal Joods Overleg, hebben gekozen. Zij gooien het over de boeg van de godsdienstvrijheid, zoals hier , of hier en pluggen heimelijk joden als diervriendelijker dan moslims bij de islamofobe SGP en PVV. Je kunt deze slag wellicht nog winnen door in te spelen op de filosemitische apenliefde voor joden bij de SGP en de PVV; maar dat zal er bij de PVV nog om gaan spannen. Gaat Dion Graus door de pomp op dit punt? Gaat de jodofilie het winnen van de moslimhaat? Hoe dan ook maak je geen gebruik van rationele argumenten, die je tegenstanders zullen overtuigen.
Dan blijft dit onderwerp terug komen op de agenda, net zolang tot de tegenstanders hun zin krijgen.

 

Wat kunnen linkse joden doen?

Kameraden, linkse broeders en zusters, chaweriem we chawerot: get goin’! Ga je nu eindelijk eens verdiepen in wat je eet, vooral op het gebied van vlees. Verdiep je in de vio-industrie. Verdiep je in de sjchiete. Verdiep je in de eco-kasjrus. Ik weet dat Nederland in het internationale joodse leven een achterlijke provincie is, waar alles pas decennia later gebeurt, maar misschien is het nu tijd dat er hier in onze hoofden iets gaat veranderen.
Laten we een voorbeeld nemen aan onze mede-joden in de VS, waar men op dit punt veel verder is in het denken over modern, aardevriendelijk jodendom. Daar mag je cynisch om lachen – diep in je hart weet je dat deze mensen gelijk hebben.
Elke keer als ik een goedkope sneer hoor over GroenLinks, bijvoorbeeld over de vegetarische broodjes die op het congres werden geserveerd, of de electrische scooters waarmee Jolande Sap door Amsterdam werd gereden, moet ik denken aan Roel van Duijn. Hij begon veertig jaar geleden iets te zeggen over windmolens en zonnepanelen. In die tijd scheelde het een haar of hij was onder een spanlaken naar een gekkengesticht verdwenen. Tegenwoordig is het volstrekt vanzelfsprekend om een zonnepaneel op je dak te installeren. Ik wil maar zeggen: al die zaken waar we ons nu vrolijk over maken, zijn over tien, twintig, dertig jaar volstrekt normaal.

Wat houdt dit concreet in?
We moeten ons engageren met beide kanten in het debat. Ik vind het belangrijk dat we een brug vormen tussen aan de ene kant de orthodoxe en traditioneel levende gemeenschap die recht heeft op haar eigen religieuze uitdrukking, en de moderne inzichten over dierenwelzijn. Als we er voor kiezen solidair te zijn met iedereen die kosjer wil eten, moeten we ook ook druk maken over het welzijn van de slachtdieren. Een welzijn dat verder gaat dan die paar minuten die de totale slachtprocedure duurt.
Als we er voor kiezen om ons druk te maken over het welzijn van de dieren die we opeten, zouden we ook moeten proberen solidair te zijn met de kasjroethouders, voor wie het naleven van de Halacha, de joodse wet, essentieel is.
Dat zijn we aan onszelf en onze normen verplicht. Als we de Tibetanen in Tibet vrijheid van godsdienst gunnen en daarvoor de straat opgaan, moeten we die ook aan onszelf en onze orthodoxe joden gunnen. Ook al zijn we het in 99,99 procent van de gevallen niet met ze eens, in de keuzen die ze maken.
We moeten pleiten voor een betere, diervriendelijker sjchiete, en pleiten voor de vrijheid om die in alle rust te kunnen blijven uitvoeren.

Onbedwelmd slachten VI: ik spreek de tegenstanders toe

28 februari 2011 2 reacties

Ik was jaren geleden een keer voor de Groene Amsterdammer op reportage naar een congres van de Nederlandse Vegetariërs Bond. Dit was in mijn vegetarische periode. Een inleider vertelde dat de mens al een half miljoen jaar een omnivoor is, een alleseter. Een dame die niet ver van me vandaan zat, mompelde: ‘Dan doet de mensheid het al een half miljoen jaar fout’.
Misschien is dat zo. Misschien doen we het al een half miljoen jaar fout.

Gisteren plaatste ik een linkje op Facebook naar deze blogs. De reacties van drie Facebookvrienden kwamen er – kort door de bocht – op neer dat mensen maar geen vlees moesten eten, dan hoefden de dieren ook geen pijn te lijden. Op zich is dat waar. De meeste westerlingen zijn echter vleeseters. Daar is buitengewoon weinig aan te doen. Ook de meeste joden en de meeste moslims zijn vleeseters. In islamitische ontwikkelingslanden eet men het in minder extreme hoeveelheden dan wij, is mijn beperkte ervaring, maar de cultuur is niet vegetarisch. En ook in het jodendom is vlees eten onderdeel van alle joodse voedseltradities. Zowel de Sefardiem als de Asjkenaziem als de joden uit het Midden-Oosten als de Jemenieten als de Ethiopiërs als de joden uit India eten vlees.

Te denken dat men hier op korte termijn mee gaat ophouden is grenzeloos naïef. Voor de totale consumptie in Nederland vond ik enkele cijfers, van de website van Wakker Dier, ter illustratie. Jaarlijks sterven er in Nederland 14 miljoen varkens, 1,5 miljoen runderkalveren, 300.000 vleesrunderen, 458 miljoen vleeskuikens die 17 maanden oud zijn wanneer ze worden geslacht, 175.000 geitebokken en 670.000 schapen.
De Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren (zie mijn vorige blog), heeft het over een jaarlijks maximum aan 2 miljoen dieren dat onbedwelmd wordt geslacht, met name kippen en schapen. In werkelijkheid schijnt dit getal niet te worden gehaald. Het is ook heel veel: een deel schijnt bestemd te zijn voor de export. Tevens komt een deel van het vlees van de onbedwelmd geslachte dieren op de ‘gewone’ vleesmarkt terecht. Elk dier dat na de slacht ritueel wordt afgekeurd voor consumptie door joden en moslims, kan nog wel in de frikandellen of het hondenvoer terecht komen. Er is ook nog iets anders: joden eten alleen de ‘voorkant’ van geslachte dieren, de billen en achterpoten worden doorverkocht aan ‘gewone’ slagers, die er de duurste stukjes uitsnijden, zoals de biefstukken ed. Dat heeft iets met de interpretatie van de regels te maken, maar dat voert nu een beetje te ver. Met dat vlees is verder niets mis, en het ligt gewoon bij de supermarkt als steak tartare of rib eye.

Een maximum van twee miljoen dieren is niet veel, wanneer je denkt aan de 458 miljoen (!) kippen in de reguliere slacht, alsmede de 14 miljoen varkens, die geen rol spelen in dit specifieke slachtverhaal omdat joden en moslims geen varkens slachten. Gemiddeld, zou je kunnen zeggen, eet elke Nederlander een varken per jaar aan vlees-  en vleeswaren. Het is iedereen van harte gegund, maar het is dus wel een beetje eigenaardig om de focus te leggen op die twee miljoen, en niet op die varkens, 1,5 miljoen kalveren, 458 miljoen kippetjes en het onbekende aantal kalkoenen, duiven, patrijzen, herten, eenden, struisvogels en wat heb je nog meer aan vlees op je bord.

Tegenstanders van het onbedwelmde slachten zeggen dat er een significant verschil bestaat tussen de pijn en de stress die een dier ondergaat tijdens het onverdoofde slachten, en de pijn en stress die het ervaart bij de procedure waarbij ook wordt verdoofd. Verdedigers van het onbedwelmd slachten stellen dat dit niet zo is, en dat dit enorm afhangt van de manier waarop alles in slachthuizen is georganiseerd. Zij wijzen er tevens op dat de situatie in de ‘gewone slachthuizen’ echt ook niet ideaal is, en dat er veel misgaat met de diverse vormen van stunning. In mijn vorige blogs geef ik links naar deze discussies.

Ik was ook benieuwd wat de bekende vleesexpert Temple Grandin hiervan vond. Ik vond een aantal interessante artikelen van haar hand.  Voor wie niet weten wie zij is, zij is een autistische Amerikaanse, die zich door middel van haar specifieke psychische aanleg heel goed weet te verplaatsen in dieren. Zij studeerde biologie en ontwikkelde zich tot expert op het gebied van slacht, zowel de ‘gewone’ als de kosjere. Over haar werd een documentaire gemaakt, en ook is zij wel te zien geweest als spreker bij de TED lezingen. Grandin heeft boeiende observaties, die een basis zouden kunnen zijn voor hervormingen in de sjchiete wereldwijd. In de VS is men hier echter verder mee dan in Nederland, omdat de markt in de VS voor kosjer veel nu eenmaal veel groter is. In de VS worden kosjere producten gezien als gezonder dan de doorsnee spullen, wellicht ook een doordenker voor de Nederlandse lezers. Enfin, links  hier en hier (met name het antwoord van rabbijn Levy) en hier.
Wat Grandin betreft, even heel in het kort: zij propageert een Pen (zie mijn blog over de joodse methode) die niet ondersteboven opgetild of opzij geklapt wordt. Maar voor de rest is zij een voorstander van de kosjere methode, omdat het met veel rust gebeurt. Lees de links. Wat zij zegt over het kosjer slachten, is ook voor de halal slacht relevant.

Waarom is er geen discussie, en waarom keert het verbod steeds terug?

Het verbod is een onderwerp dat voortdurend wordt herplaatst op de agenda, omdat het juridisch een relatief eenvoudige kwestie aangaat, die met relatief eenvoudige middelen – een wetswijziging – te verhapstukken is. Zulks in tegenstelling tot de megastallen of de bio-industrie, of de toestanden met kannibalistische koeien, varkens en schapen die slachtafval krijgen voortgezet, Q-koorts en BSE, Mond-en Klauwzeer en preventief geruimde stallen.
Probeer maar eens de komst van een megastal tegen te houden, als bewoners van een plattelandsgemeente.

Maar het verbod op kosjer slachten gaat over een relatief gering aantal individuele dieren, en, met name ook over een relatief klein aantal individuele consumenten, en individuele slachters en slagers. Er werkt één kosjere slachter in Amsterdam, en het vlees wordt verwerkt in één kosjere slagerij, waar in totaal misschien tien mensen werken. Het kosjere vlees wordt gegeten door maximaal duizend joodse huishoudens die het zich kunnen veroorloven om kosjer te kopen. (Hier behoor ik zelf niet toe, want het is gewoon te duur.)
Het halal vlees heeft een potentiële klantenmarkt van zo’n 800.000 moslims – even ervan uitgaand dat deze mensen niet al door de secularisatiemachine zijn gegaan. Maar zelfs alle moslims tezamen maken slechts zo’n zeven procent van de totale Nederlandse bevolking uit.
Als we de joden daarbij optellen, toch nog een pittige 0,2 procent van de bevolking, gaat dit over 7,2 procent van alle Nederlanders.

De Partij voor de Dieren kan doen wat ze wil, want de joden en de moslims tezamen kunnen geen vuist maken. Ze zijn met te weinig zielen.
De meerderheid kan met de minderheid doen wat de meerderheid goeddunkt.

Wat vind ik hiervan?

Mijn vraag zou zijn: waarom is het zo belangrijk? Waarom bijt men zich er zo in vast?
Het onderwerp resoneert aan beide kanten met het verleden. In feite hoort bij dit stukje tekst een achtergrondmuziekje: We are the Champions van Queen, in de uitvoering zoals die in stadions wordt gezongen. De meerderheid die de minderheid gaat vertellen wat ze moeten doen, hoe ze moeten leven en wat ze moeten geloven. Omdat de meerderheid nu eenmaal de meeste stemmen heeft. En een deel van de meerderheid niet helemaal toevallig de socialisatie van tweeduizend christendom achter de kiezen heeft, en zich hieraan heeft ontworsteld.
De vrouwen die namens de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer zitten, zijn met de beste bedoelingen aan hun project begonnen. Ik wil er niet vanuit gaan dat zij worden voortgedreven door antisemitische of islamofobe wanen. Het is volgens mij wel zo dat hun poging om de onbedwelmde slacht te verbieden, bestemd is als symbolische overwinning voor het schellinkje en de achterban. Waarom is die achterban zo hijgerig aan het wachten op deze ‘morele overwinning’ op respectivelijk 0,2 procent en 7 procent van de bevolking? Dat is geen morele overwinning, dat is een gelopen race.

Ik zie in de verbetenheid waarmee dit onderwerp iedere keer weer op de agenda komt een strijd van veelal geseculariseerde christenen tegen andersdenkenden. Het zou een debat moeten zijn over de mogelijkheden van meer aandacht voor pijn van dieren, maar het ontaardt iedere keer in een cultuurstrijd. Boeiend is in verband de verklaring van Marianne Thieme’s collega Esther Ouwehand in de Tweede Kamer, tijdens de behandeling van het wetsvoorstel afgelopen februari. Op de website van de PvdD zie je een link naar het Kamerdebat. Het is ook na te zoeken op de website van de Tweede Kamer, de datum is 16 februari 2011. Hier stond een soort Jeanne d’Arc een overwinning te behalen, en zichzelf alvast te feliciteren met die overwinning.

Een van de opvallende verschillen tussen christenen enerzijds en moslims en joden anderzijds is dat christenen in principe alles in hun mond steken. Het maakt hen in veel gevallen niet uit waar het vandaan komt, hoe het gedood is, (of het überhaupt al dood is), en hoe het is klaargemaakt.
Fijn om zo zonder voedseltaboes door de wereld te kunnen stappen, maar dat is dus niet hoe andere mensen in het leven staan. Veel christenen zijn de facto natuurlijk niet gelovig meer, maar post-christelijk geseculariseerd. Sommige christelijke tradities zal men misschien nog wel bij zich dragen, of hebben vervangen door andere standpunten zoals de antroposofie.
Ik wantrouw de tegenstanders van het onbedwelmd slachten niet – het zullen in meerderheid brave en goedbedoelende mensen zijn.

Maar het is hypocriet om te denken dat de tegenstanders van bedwelmd slachten wel dierenvrienden zijn, en de voorstanders niet. Wie binnen de huidige situatie met de megastallen, en de leeggeviste zeeën, en de BSE-koeien en kippengriepvirussen en noem alle ellende maar op, denkt dat de Nederlandse bevolking fijn bezig is met dierenrechten en dierenwelzijn, houdt zichzelf voor de gek. Wie denkt door de sjchiete en dhabahah te verbieden een enorme stap voorwaarts te zetten in die strijd om dierenwelzijn, houdt zichzelf ook voor de gek.
Het is een symbolische kwestie.
Hier komt vervolgens een lange geschiedenis om de hoek kijken van antisemitisme, die zich vermomt als de strijd om dierenrechten.
Het gaat om de verzender en de ontvanger. Hoe goed de verzender van de boodschap dat kosjer slachten fout is, het ook bedoelt, en hoe integer die persoon misschien ook in het leven staat, de ontvanger zal toch denken: daar gaan we weer… Die geschiedenis is niet primair Nederlands, maar Europees. Joden torsen een lange, lange geschiedenis met zich mee van antisemitische aanvallen op hun manier van leven, die zich af en toe samenbalt in een discussie over het rituele slachten. Voor moslims, die hier als gemeenschap korter zijn, is dit een kortere geschiedenis, maar ook moslims hebben voor hun rechten moeten strijden.
In het debat over onbedwelmd slachten komen atavistische emoties die christenen jegens joden voelen, in een verhevigde mate aan de oppervlakte. Het gaat over de wrede jood, die eigenaardige ander, die zich niet gedraagt zoals andere mensen, die niets om die lieve lammetjes en kippetjes geeft, en die op naargeestige wijze zijn eigen eten klaarmaakt, omdat hij het voedsel van degenen die wèl de Here Jezus in hun hart hebben toegelaten, afwijst. Al worden de tegenstanders waarschijnlijk niet door deze emotie voortgedreven, ze presenteren wel een koekje uit deze eeuwenoude antisemitische trommel.

De kans bestaat, denken veel joden en moslims, dat hiermee het hek van de dam is. Vandaag is het de slacht, morgen de joodse scholen, volgende week de moskeeën. Alles vanuit een geloof in de krachten van de secularisatie, een secularisatie die nooit bedoeld is geweest als onderdrukkingsmechanisme, maar in de praktijk wel zo gaat werken.

Willen we niet allemaal seculier zijn?

Natuurlijk willen we dat, en we willen absoluut niet lastig gevallen worden met de religieuze dwingelandij van anderen. Maar het geeft ook verplichtingen. Seculariteit betekent niet dat we geen van allen nog mogen geloven dat er een God bestaat, en dat het maar uit moet zijn met die religieuze flauwekul. Het betekent mijns inziens dat je minderheden in je midden bepaalde rechten verleent, die voor jezelf geen betekenis hebben. De liberale seculiere maatschappij moet gegrondvest zijn op de vrijheid van denken en handelen voor iedereen, en dus niet dat de meerderheid bepaalt hoe de minderheid moet denken en handelen.

Door de demografische situatie in Nederland hebben joden nooit enige hegemonie kunnen voeren over wat andere mensen al dan niet aten. Het enige wat zij konden doen, was een voorbeeld geven. Hieruit zijn typische Nederlands-joodse voedselgewoontes ontstaan, zoals het broodje halfom. Hetzelfde geldt voor moslims. Een normale moslim gaat een ander niet vertellen wat-ie moet doen. (Ik ben niet zo van de theorie dat moslims in een groot complot erop uit zijn om ons te islamiseren. En als ze dat wel zouden zijn, merk ik daar weinig van.) Een moslim die zelf geen alcohol drinkt en dat ook niet wil faciliteren, kan ervoor kiezen een restaurant te openen waar men geen alcohol serveert. En vervolgens wachten wat er dan gebeurt. En wat gebeurt er vervolgens? Er komen allemaal klanten die dat eigenlijk wel okee vinden. Of niet.
Joden hebben een vierhonderd jaar lange traditie van zich niet met de eetgewoonten van anderen bemoeien, hier in dit land. Omdat er meer moslims in Nederland zijn, is hun aanwezigheid duidelijker, en zullen bedrijfsrestaurants en dergelijke meer aan de wens van moslims tegemoet komen. Dat heet inspelen op de wens van je klanten.
Ik weet dat hier een probleem ligt, omdat sommige extreme moslims voortdurend een statement willen maken, zoals die gekke imam en zijn zoon die een tijdje terug bij Paul &Witteman geen wijn op tafel wilden zien. Wen maar aan het idee dat anderen wel wijn drinken, denk ik dan.

Maar nogmaals, zolang moslims maar 7 procent van de bevolking uitmaken, en joden 0,2 procent, zal de kans dat een seculariseerde post-christen geen bloedworst meer mag eten op een bedje van levend gekookte kreeft, erg klein zijn.

Ik vind daar iets van, van die kreeft, maar ik krijg in mijn eentje geen wet door de Kamer om de situatie van de kreeften in Nederlandse restaurants te verbeteren. Het zit me demografisch tegen, want de meerderheid van de Nederlanders vindt dit helemaal geen issue.

Wie kiest voor het aannemen van het voorstel van de Partij voor de Dieren, in plaats van erover te praten en er samen uit te komen, doet het volgende:

*Hij/zij toont aan niet bereid te zijn het harde werk te doen dat een compromis sluiten nu eenmaal is. Er zal bij een mogelijk compromis geen sprake zijn van een winnaar.

*Hij/zij toont nog hiermee maar eens aan dat het Nederlandse christendom, in zijn al dan niet geseculariseerde vorm, nog steeds wil triomferen over andersdenkenden. Enkel en alleen doordat christenen en post-christenen een demografisch en hierdoor politiek overwicht hebben, kunnen zij anderen hun wil opleggen.

*Hij/zij maakt Nederland voor joden en moslims een nog grauwer en onherbergzamer plek dan het nu al voor veel mensen is.

*Hij/zij zorgt voor een ‘underground’ van halal en kosjer etende joden en moslims, die van elk kipfileetje dat zij in België gaan kopen, een daad van verzet zullen maken tegen een onredelijke machthebber. Dat zal de maatschappelijke verhoudingen niet verbeteren. Het wordt een Phyrrus-overwinning.

Tot slot.

Als het de bedoeling is om ‘ons’ op deze manier weg te treiteren uit Nederland, gezien bijvoorbeeld deze link en dan met name ook de reacties onderaan de pagina, kunnen ‘wij’ aan ‘jullie’ de volgende boodschap meegeven: In your dreams, baby…

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 491 andere volgers